Speech 4 mei 2026 Burgemeester Jan Willem Boersma
Dames en heren, jongens en meisjes,
Vanavond staan we stil bij hen die zijn gestorven door oorlog en geweld. In Nederland en overal ter wereld. Van toen tot nu: in oorlogen, conflicten en vredesmissies. We herdenken slachtoffers én helden, mensen die streden voor vrijheid en rechtvaardigheid. Vanavond vertel ik u over twee Alblasserdamse helden.
De eerste is Adriaan Gerard Smit, geboren in 1920 als zoon van Johan Christiaan Smit, directeur van scheepswerf De Noord, en Petronella Maria Anna van der Giessen. Tijdens zijn studie in Delft, bij het uitbreken van de oorlog, sloot Adriaan zich met enkele medestudenten aan bij een illegale verzetsgroep. Hun kennis van chemie en techniek zetten zij in voor sabotage met zelfgemaakte explosieven.
Op vrijdag 8 januari 1943 laten zij een patrouilleschip, annex mijnenveger, zinken. Het schip lag voor afbouw aan de kade van scheepswerf L. Smit en Zn. in Kinderdijk. De bom werd gemaakt op werf De Noord in Alblasserdam. Met zelfgemaakte ‘schnaps’ werd de Duitse wacht dronken gevoerd en kon de lading worden geplaatst. Het schip zinkt.
Begin februari doet zich een nieuwe kans voor: op de werf van Piet Smit in Rotterdam liggen vier Duitse mijnenvegers tegelijk op de wal. Het besluit is snel genomen: ‘alle vier de lucht in’. Daarvoor zijn zware explosieven en veel geld nodig. De mannen zetten alles op alles, maar worden verraden. De mannen zetten alles op alles, maar lopen in een val. Na gevangenschap en zware ondervragingen wordt Adriaan gefusilleerd. In zijn laatste brief aan zijn ouders schrijft hij “Geen haatgevoelens jegens wie ook hebben mijn geest vertroebeld. Geleid aan de hand van Christus heb ik mijn kruis met vreugde mogen dragen en hoewel ik zonder enige verdienste voor Gods aangezicht zal komen te staan, zal Hij mij niet verlaten. Liefde en vrede zij U beiden tot in eeuwigheid. Adriaan.' Hij werd 22 jaar oud.
De tweede Alblasserdamse verzetsheld is Hilmar Johannes de Haan, geboren op 9 november 1920 en zoon van de arts A. de Haan. Na de middelbare school studeerde hij geneeskunde in Leiden. Dan breekt de oorlog uit. Hij kan het niet aanzien en met een aantal medestudenten besluit hij naar Engeland over te steken, om van daaruit het bezette gebied te bevrijden. In juni 1941 vertrekken zij ’s nachts met een verborgen motorboot vanuit de Katwijkse duinen. Door zwaar weer slaat de boot om. Negen jonge mannen vechten voor hun leven en bereiken het strand, maar daar worden vijf van hen opgepakt en gefusilleerd.
Hilmar weet met drie anderen te ontkomen. Omdat een overtocht over zee te gevaarlijk blijkt, kiezen zij voor een route over land naar Spanje. Het wordt een uitputtende tocht door bezet Europa, vol angst, honger, ziekte en gevangenschap. Zijn lichaam is gebroken, zijn wil niet. Zelfs na medische afkeuring blijft hij zeggen: “Ik wil dienen.”
Uiteindelijk wordt hij opgeleid door de Royal Air Force en dient hij als militaire motorrijder bij het vervoer van berichten en de bescherming van colonnes. Slechts één keer keert hij terug naar Alblasserdam: in juli 1945, na vier jaar stilte, staat hij plots in uniform voor de deur. De vreugde is onbeschrijfelijk. Kort na de oorlog overlijdt hij, maar zijn moed en volharding blijven voortleven.
Naar beide helden is een straat in Alblasserdam vernoemd. Aan beide zijden van de Plantageweg/kinderboerderij. Mogelijk kunt u, als u H.J. de Haanstraat of de A.G. Smitstraat loopt nog eens aan ze denken.
Onze vrijheid is zwaar bevochten. Maar het is lang geleden. Soms vraag ik mij af of wij ons nog werkelijk realiseren hoe hoog de prijs van vrijheid is. Hoe ver zou je zelf gaan? Zou je jouw leven geven om vrijheid te verdedigen?
Wereldwijd, ook in onze samenleving, lopen de spanningen op. Dat merken we in hoe we met elkaar omgaan. Meningen botsen, online discussies verharden. Wie mij kent weet dat ik altijd zal blijven oproepen om naar elkaar te luisteren, begrip te hebben voor andere standpunten en respectvol met elkaar in gesprek te blijven.
We leven in een tijd waarin stevige taal wordt gewaardeerd. Stevige taal lijkt effectiever. Daar zit ook een kern van waarheid in: stevigheid kan nodig zijn om iets te bereiken. Maar zonder democratie leidt die stevigheid tot excessen en wordt daadkracht machtsmisbruik.
Het beschermen van de democratie is ieders verantwoordelijkheid. Als burgemeester voel ik die verantwoordelijkheid sterk. Verkiezingen moeten correct verlopen. De gemeenteraad moet vrijuit kunnen spreken en debatteren. Omdat ieder mens gelijkwaardig is en gelijke rechten heeft.
Niemand mag worden uitgesloten of weggezet. De Tweede Wereldoorlog herinnert ons aan wat er gebeurt als groepen worden uitgesloten en als hun rechten worden afgenomen: 6 miljoen joodse mensen zijn vermoord, 500.000 Sinti en Roma zijn vermoord, tussen de 5.000 en 15.000 homoseksuelen werden in een concentratiekamp gevangengezet, zo’n 60% van hen overleefde dit niet. Meer dan 200.000 mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking werden systematisch omgebracht.
Ieder mens is gelijkwaardig. Dat kunnen we zelf dagelijks uitdragen. Door vreedzaam samen te leven. Door respect en begrip voor elkaar te hebben. Door gewoon een beetje aardig te zijn voor elkaar.
Straks leg ik samen met Lisa en haar opa een krans. Lisa zit in groep 8 van de Beukelmanschool. Zij legde samen met haar klasgenoten op 16 april al een krans bij dit monument, dat elk jaar door een school wordt geadopteerd. We liepen door de straten van Alblasserdam, straten die op 11 mei 1940 volledig werden gebombardeerd, en stonden twee minuten stil bij wat hier is gebeurd.
Lisa’s opa, meneer Van den Burger, werd geboren in 1937 en hij maakte de oorlog als kind mee. Zijn gezin werd geëvacueerd naar Nieuw-Lekkerland. Duitse soldaten waren ingekwartierd in school Het Kompas. Hij herinnert zich nog goed het bulderen van de kanonnen in Zeeland, de angstaanjagende V1‑raketten en het neerstorten van de Hawker Typhoon. Wat je als kind meemaakt in oorlogstijd, vergeet je nooit. Sta daar eens bij stil en denk aan de kinderen die vandaag opgroeien in oorlogsgebieden. Oorlog laat diepe sporen na.
Meneer Van den Burger vindt het belangrijk zijn verhalen door te geven aan zijn kleinkinderen. Juist nu. Daarom leggen wij straks samen een krans: als symbool voor het doorgeven van herinneringen en verantwoordelijkheid, van generatie op generatie.
Dames en heren, jongens en meisjes… We herdenken de oorlog om ervan te leren. Om in vrijheid te kunnen leven. Geniet ervan, knok ervoor en wees er zuinig op.