Bouwen en verbouwen met of zonder vergunning

Wie wil bouwen of verbouwen of een andere activiteit wil gaan uitvoeren in en om zijn/of haar directe omgeving heeft meestal een vergunning nodig.

Onder bouwen of verbouwen vallen onderstaande werkzaamheden:

  • Het plaatsen van een nieuw gebouw. Bijvoorbeeld een woning, een tuinhuisje of een serre. Ook een bestaande schuur verplaatsen naar een andere plaats hoort hier bij.
  • Het verbouwen, vernieuwen of ingrijpend/constructief onderhouden van een gebouw.
  • Woonwagen plaatsen op standplaats. Een standplaats is een kavel voor een woonwagen met voorzieningen die op het leidingnet zijn aangesloten. Het plaatsen van een woonwagen op een standplaats valt onder bouwen. U heeft hiervoor een vergunning nodig.
Wel of geen omgevingsvergunning

Voordat u een vergunning aanvraagt, is het handig om te controleren of u voor uw (bouw)activiteit een vergunning nodig heeft. Op de website van de rijksoverheid vindt u folders met veel voorkomende werkzaamheden en wanneer een vergunning nodig is en wanneer niet. Heeft u een omgevingsvergunning nodig, dan leest u hier meer over op de pagina over de omgevingsvergunning.

Andere vergunningen

Meestal heeft u aan een omgevingsvergunning genoeg. Soms heeft u een vergunning nodig die niet onder de omgevingsvergunning valt. Een terras- of evenementenvergunning moet u bijvoorbeeld apart aanvragen. Bouwt u op of bij een dijk of waterloop, dan heeft u toestemming nodig van het Waterschap of Rijkswaterstaat. Het is daarom verstandig over uw plannen eerst contact op te nemen met de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid via telefoonnummer 078 – 770 8585.

Bouwen zonder omgevingsvergunning

Als u geen omgevingsvergunning nodig heeft, moet u zich wel houden aan de wetten en voorschriften die voor een (ver)bouwing gelden. U moet daarbij denken aan:

  • de gebruiksvoorschriften van het bestemmingsplan;
  • de bouwtechnische voorschriften uit het Bouwbesluit;
  • het burenrecht uit het Burgerlijk wetboek.

De gemeente kan optreden wanneer een bouwwerk ernstig in strijd is met redelijke eisen van welstand. Controle op de naleving van wetten en voorschriften gebeurt vaak achteraf.