Hobbel

12 december 2018. Na de bevalling snel weer op de been zijn sprak me tijdens mijn tweede zwangerschap erg aan. Ik had al een kaboutertje van anderhalf rondlopen, die nu eenmaal geen boodschap had aan gekreun, een instabiel bekken en een slechte conditie. En dus fietste ik.

Het hele dorp door, dikke buik én peuter tussen zadel en stuur geklemd. Niet gemakkelijk, waarschijnlijk ook geen gezicht, maar ik kwam overal. Zelfs, steeds weer mini-overwinning, de Dam op.

Dam

Bruggen, oversteekplaatsen, het Boerenpad, ik bedwong ze zonder problemen. Maar die Dam! Man man, man, wat een opgave! Ik bedoel, ik hield ook toen veel van ons dorp, maar het feit dat ik die hobbel op moest fietsen.... Maar voor mijn kaboutertje van toen was kijken bij Oceanco het equivalent van een dagje Efteling. Ik móest wel. Een moederhart smelt nu eenmaal met de snelheid waarmee een kinderhand gevuld is. Maar het lukte. Tot een paar dagen voor de geboorte van mijn kleine meisje fietste ik die stomme hobbel op. Fit voelde ik me, en sterk. En een beetje maf, maar daar gaf ik de hormonen de schuld van. Ons dorp heeft altijd meerdere gezichten gehad. Dat maakt het ook zo interessant. Arbeidersdorp én forensengemeente. Plattelandsdorp én onderdeel van het randstedelijk gebied. Stoer én liefelijk. Gegroeid vanuit de lintbebouwing aan de dijk én vanuit de polder. Boven én beneden. Altijd tegelijkertijd.

'Boven' en 'beneden'

Van oudsher waren er dan ook ‘boven’ en ‘beneden’ voorzieningen te vinden. En sommige voorzieningen waren gemakkelijkerwijs te vinden op die plekken waar de verbinding tussen die twee was. Denk aan de Kerkstraat -met vroeger allerlei winkels- en de Plantageweg. En kijk naar hoe het Makado werd gebouwd: van ‘beneden’ naar ‘boven’ en andersom. En dat is voor een groep mensen lastig. Als je voor een voorziening ergens moet zijn waar je niet goed kunt komen, maakt dat volwaardig meedoen aan de samenleving moeilijker. Voor ík het wist sjouwde ik destijds met kind-in-kinderwagen alle hobbels die ik zag vol goede moed -roze wolk- op. Ik vond zelfs de Dam weer leuk.

Voorzieningen

Maar voor sommige mensen blijft het een hobbel, omdat zij minder mobiel zijn, slecht ter been of gehandicapt. Sterker nog, er zijn mensen voor wie hij steeds groter wordt, omdat sommige klachten toenemen. En dus is dat iets wat we in de ontwikkeling van het centrumhart serieus nemen. Want we hebben nu eenmaal voorzieningen ‘boven’, waarvan we willen dat iedereen er gebruik van kan maken: winkels, horeca, Landvast en de haven.

Gemeentehuis

En ja. Natuurlijk ook het gemeentehuis. En we willen dat mensen zich daar welkom voelen. Ook, nee júist, als we dat gemeentehuis gaan verbouwen tot Huis van de Samenleving. Meerdere voorzieningen in een pand, in een gebied, kunnen elkaar versterken. Daar werken we aan met de Bibliotheek, Smile, de politie.
Boven’ is net als ‘beneden’ in Alblasserdam genoeg te doen. We gaan graag met u in gesprek om te werken aan bereikbaarheid en toegankelijkheid van allebei.

Dorien Zandvliet
Wethouder

Uitgelicht

Blik op ons college

Dit is een van de columns van de leden van het college van burgemeester en wethouders. Zij schrijven beurtelings een column over een actueel thema die tweewekelijks verschijnt op de gemeentepagina in De Klaroen onder de titel Blik op ons college.